Een zekere vorm van een terugkomfrequentie geldt er zeker, maar niet op basis van een vast aantal dagen. Op de etiketten van toegelaten middelen voor de bestrijding van ratten buiten (buitengebruik) staat aangegeven dat bedrijven gecertificeerd moeten zijn voor IPM-buitengebruik op basis van een protocol dat voldoet aan de eisen zoals die zijn vastgesteld en gepubliceerd door het Ctgb, zijnde conform certificatieschema IPM Rattenbeheersing.

Dat Ctgb-voorschrift is gebaseerd op het uitgangspunt dat alleen goed opgeleide professionele plaagdierbeheersers en agrariërs ratten buiten zullen bestrijden en dat ze zich tijdens een audit zullen verantwoorden voor hun keuzen in de manier waarop ze bestrijden. In het certificatieschema IPM Rattenbeheersing zijn onder meer paragrafen 8.5.6 en 8.5.7 van belang. Onderdeel hiervan is dat na vaststelling van opname van het rodenticide, de terugkomfrequentie wordt aangepast om ervoor te zorgen dat voldoende rodenticide beschikbaar blijft in het lokdepot en dat de versheid van het rodenticide is gegarandeerd.  Die verantwoording geschiedt via de audits voor de verplichte bedrijfscertificering. In principe kan degene die ter plekke bestrijdt dus bepalen wat een gepaste terugkomfrequentie is.

Dezelfde biociden kunnen soms ook gebruikt worden voor de bestrijding van muizen en ratten binnen (binnengebruik) gebouwen. Hiervoor geldt geen IPM-protocol en bedrijfscertificering en daarom worden op de etiketten meer richtlijnen gegeven voor die toepassingen, waaronder bijv. een terugkomfrequentie van een x-aantal dagen. Deze voorschriften op de verpakking dienen uiteraard te worden gevolgd.

Een opdrachtnemer kan beperkt afspraken maken met een opdrachtgever, bijvoorbeeld dat de opdrachtgever controleert of een rat of muis in de klem/val is gevangen. Om onjuiste informatie rondom de druk van plaagdieren te voorkomen mag de opdrachtgever geen verdere detectie- en analysehandelingen verrichten. De opdrachtnemer is verantwoordelijk voor de correcte uitvoering van de bestrijding en die zal moeten kunnen aantonen dat die bestrijding op de juiste wijze heeft plaatsgevonden. Bij het omgaan met en uitzetten van rodenticiden dienen (met inachtneming van bovenstaande) de voorschriften op de verpakking gevolgd te blijven worden. Dus voor producten met uitsluitend professionele gebruikers mag een particuliere/niet vakbekwame opdrachtgever zelf geen handelingen uitvoeren met deze producten.