Niemand mag in Nederland zomaar gewasbeschermingsmiddelen (ook wel bestrijdingsmiddelen genoemd) verkopen. Dat is ook maar goed ook, want onverantwoord gebruik kan nadelige effecten met zich meebrengen voor mens, dier en milieu. Om in Nederland gewasbeschermingsmiddelen op de markt te brengen, zijn diverse voorschriften van toepassing. Zo moet het product zijn toegelaten door het College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden (zie ook website Ctgb). Om het middel vervolgens te mogen verkopen, geldt sinds 1996 de verplichting om als persoon te beschikken over een bewijs van vakbekwaamheid (zie ook website Bureau Erkenningen). Sinds 2010 geldt voor iedereen die professionele gewasbeschermingsmiddelen op de markt wil brengen de algemeen verbindend verklaring van het CDG-certificatieschema (voor aanvullende informatie, zie elders op deze site).
Via een bevriende consultant kwam ik bij MPS-ECAS terecht. Zij tipte mij om eens op de website te kijken, waar ik de vacature voor Operations Officer Back Office zag. Na jaren als consultant in de levensmiddelenbranche, waarbij ik van project naar project reisde, was ik toe aan een vaste werkplek. Omdat ik al werkte met audits, handboeken en kwaliteit, zag ik veel overeenkomsten met deze functie. Alleen stond ik nu aan de andere kant van het auditproces.
Tijdens een bezoek aan een beurs, waar zowel MPS als MPS-ECAS aanwezig waren, raakte ik in gesprek met de toenmalige directeur van MPS-ECAS. Hij vroeg of ik interesse had in een functie binnen de organisatie. Dat leidde ertoe dat ik in januari 2010 begon als certificatiemanager MPS-ABC. Later werd ik auditor voor alle MPS-schema’s, zowel voor productie- als handelsbedrijven.