Schemas
Overige
Vertaalprioriteit
Registratieomgeving MPS-ABC
Customer portal

Hoe log ik in?

Om in te loggen klikt u rechtsboven op onze website op ‘Log in’ en vervolgens op ‘Customer portal. De gebruikersnaam is altijd uw e-mailadres. Als dit de eerste keer is dat u inlogt of als u het wachtwoord bent vergeten, kunt via ‘wachtwoord opvragen’ een wachtwoord aanmaken.

Wanneer moet je als bedrijf IPM Rattenbeheersing-gecertificeerd zijn?

Als u als plaagdiermanagementbedrijf of agrariër op het eigen bedrijf na 1 januari 2017 anticoagulantia (rodenticiden) om gebouwen en voedselopslagplaatsen wilt gebruiken, dient u als bedrijf hiervoor gecertificeerd te zijn volgens de meest recente versie van het Certificatieschema IPM Rattenbeheersing. De uitvoerenden, zoals plaagdiertechnici en agrariërs, moeten in het bezit zijn van een vakbekwaamheidsdiploma en te werk gaan volgens de meest recente versie van het certificatieschema. Dat heeft de overheid zo bepaald en dit is geregeld door het Ctgb via het wettelijk gebruiksvoorschrift (WG).

Mag ik met een vakbekwaamheidsbewijs KBA-GB meteen rodenticiden buiten inzetten?

Nee, naast een persoonlijk vakbekwaamheidsbewijs, de KBA-BG, dient het bedrijf gecertificeerd te zijn conform het certificatieschema ‘IPM Rattenbeheersing’. Dit certificatieschema is van toepassing op al het professionele gebruik van rodenticiden rondom gebouwen en voedselopslagplaatsen. Dit houdt in dat de voorschriften gelden voor alle bedrijven, instanties en personen die dergelijke werkzaamheden verrichten, zoals: plaagdiermanagementbedrijven, agrarische ondernemers of gemeentelijke diensten.

Voor welke terreinen geldt de toepassing ‘buitengebruik rodenticiden’ bij IPM Rattenbeheersing?

Het buitengebruik geldt voor terrein rondom gebouwen en voedselopslagplaatsen. Het gebruik van rodenticiden is niet toegelaten op percelen of overige (on)verharde terreinen.
Artikel 8.5.5 sub e schrijft: “Het biocide wordt uitsluitend toegepast in en om gebouwen en voedselopslagplaatsen.”
Artikel 8.5.5. sub g schrijft: “Bij de toepassing van biociden op andere terreinen dan natuurgebieden bepaalt de professional op basis van de risico-inventarisatie als bedoeld in art. 6.1 of buitengebruik verantwoord is met het oog op risico’s voor mens en dier en zo ja, op welke maximale afstand tot de buitengevel van een gebouw de biociden kunnen worden
geplaatst.”
In het interpretatiedocument is voor deze beide subartikelen een nadere toelichting opgenomen.